Ruim veertig jaar woont Frau Schütze al in Friedrichshain. In het enige blauwe haus aan een drukke toeristische straat. Anne Schütze is geboren en getogen van Berlijn. Ze overleefde als tiener de Tweede Wereldoorlog, werkte als puinruimster en daarna kwam de DDR. Voor de tweede maal is deze 73-jarige dame mijn gids door het Berlijn van weleer.
Anne ik wandelden al eerder door de Boxhagener Kiez in Friedrichshain. Nu staan het Samariterviertel en omgeving op het programma.
Met speciale aandacht voor twee kerken. De Evangelische Offenbarungskirhce en de Samariter Kirche.
Tijdens en na de oorlog en ook onder het SED-regime, volgens Anne ruimtes van bescherming en oppositie.
Eerst neemt Frau Schütze me mee naar Cassiopeia aan de Revaler Straße. Op dit voormalige terrein van de spoorwegen vind je nu onder meer een indoor skate-baan, een club, biergarten en café. De Schutzturm, tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt door spoorwegpersoneel, is omgetoverd tot klimmuur.
Frau Schütze vraagt zich af hoe lang deze plek nog kan blijven bestaan. Want ook in Friedrichshain worden steeds meer oude panden opgekocht door projectontwikkelaars om er vervolgens dure woningen neer te zetten.
Die Gegend ist tot
“Jammer,” verzucht Schütze: “Deze ruimte is zo belangrijk voor jongeren. Hier kunnen ze doen wat ze willen, zonder dat anderen er last van hebben. En initiatieven als deze zijn zo kenmerkend voor Berlijn. Het trekt veel mensen naar Berlijn. In mijn buurt hoor ik talen van over de hele wereld. Zo veel jonge mensen, zo veel leven. Neem het gebied bij de Spree waar voorheen Osram zat, destijds een van de grootste werkgevers, maar nu woont er niemand. Die ganze Gegend ist tot.”
We verlaten het enorme Cassiopeia-terrein en wandelen verder naar de Modersohnbrucke. De plek waar verliefde stelletjes ’s avonds naar de zonsondergang kijken. Want die schijnt hier het mooist te zijn. Hier en daar zien we posters die demonstraties tegen nazi’s aankondigen.
Binnenskamers
Ook Frau Schütze demonstreert wel eens mee. Extreem rechts komt op in Berlijn constateert ze en dat baart haar zorgen. “Tegen openlijke uitingen kun je wat doen, maar wat zich binnenskamers afspeelt is moeilijker te bestrijden.”
Uiteindelijk belanden we bij de Evangelische Offenbarungskirche aan de Simplon Straße. Deze kerk werd, net als vele andere Berlijnse kerken, volledig vernietigd tijdens de laatste oorlogsjaren. De huidige kerk werd na de oorlog opnieuw opgebouwd als Notkirckhe door de architect Otto Bartning.
Verwoesting in hoofden en harten
Bij de bouw van Notkirchen had Bartning de verwoesting van het nationaal socialisme voor ogen. De verwoesting die was aangericht in de hoofden en harten van mensen. Mensen leefden in een wereld van puin, zonder thuis, zonder oriëntatie. Bartning wilde dat de kerk bescherming zou bieden, waar mensen weer tot God konden komen. Maar ook een plek van nieuwe kracht.
In ongeveer een maand herbouwden de pariochianen de Evangelische Offenbarungskirche. Met puin van platgebombardeerde gebouwen en Scandinavisch hout. Eind september 1949 werd de kerk ingewijd en is tot op heden in gebruik.
Kerkenstrijd
Ook de Samariter Kirche (eind negentiende eeuw) aan de Samariter Straße liep flinke schade op tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de jaren dertig en gedurende de oorlog was deze kerk het toneel van de kerkenstrijd tussen de nationaal gezinde ‘Duitse christenen’ en de ‘Bekennenden Kirche’. Een oppositiebeweging die zich keerde tegen het nationaal socialisme.
Pastoor Wilhelm Harnisch had daarin een grote rol. Hij weigerde zijn kerk over te leveren aan de nazi’s en kerkgangers verraden hem. Harnisch werd meerdere malen opgepakt en verhoord door de Gestapo en belandde in een concentratiekamp.
Noodkerkhof
Na zijn vrijlating bleef hij actief in de Samaritergemeente. Tegen het einde van de oorlog haalde hij, samen met andere pariochianen, de doden van de straten. Om ziekten te voorkomen werden honderden lijken zonder kist begraven op het noodkerkhof achter de kerk. Harnisch stierf in 1960.
DDR-oppositie
Begin jaren ‘80 was Rainer Eppelmann pastoor van de Samariter Kirche. Eppelmann, zoon van een SS’er, weigerde dienst in jaren ‘60 en belandde in de gevangenis.
Na een studie theologie begon hij zijn loopbaan in de Samariter Kirche. Onder zijn leiding werd de kerk een centrum van de onafhankelijke vredesbeweging en oppositie tegen het SED-regime. Er was ruimte voor seminars, kunstenaars en ook bands traden er op. Jongeren uit de hele DDR kwamen daarvoor naar de kerk.
Na de eerste ‘vrije verkiezingen’ in de DDR (1990) werd Eppelmann de eerste en enige Oost-Duitse minister voor ontwapening en vrede. Na de val van de Muur nam hij zitting in de Bondsdag en was voorzitter van de parlementaire enquête-commissie over de SED-dictatuur.
Pijnlijk en confronterend
Frau Schütze zelf vindt het moeilijk om te praten over haar leven in de DDR. Ze was lid van de SED, maar werkte nooit voor de Stasi, dat wil ze nog wel kwijt. Mijn lerares van de taalschool herkent dit: “Voor ons jongeren was het anders. Maar voor ouderen die alles bewust hebben meegemaakt, is het soms te pijnlijk en confronterend om herinneringen op te halen. Ze zijn ook bang dat mensen uit het Westen hen niet begrijpen: want hoe heb je kunnen leven en werken onder zo’n regime?”
Lees ook: ‘Herinnering aan voorbije tijden’.



Recente reacties